Gemaal de Hooge Boezem achter Haastrecht (vervolg)

De Vlist

De Gouwe is niet de enige zijrivier van de Hollandsche IJssel. De Vlist is er nóg zo een. Dit riviertje, dat de grens vormt tussen de Krimpenerwaard en de Lopikerwaard, stroomt vanuit het zuiden bij Haastrecht in de IJssel. De Vlist en de Gouwe hebben veel gemeen. Net als de Gouwe is de Vlist doorgegraven en in verbinding gebracht met een andere rivier, in dit geval de Lek bij Schoonhoven. Ook de Vlist is gekanaliseerd. Tussen de Vlist en de Hollandsche IJssel was ten behoeve van de afwatering al in de 12e eeuw een nieuw verbindingskanaal gegraven, namelijk de inmiddels gedempte Grote Haven te Haastrecht. Het water werd geloosd via de Haastrechtse Havensluis. Nog in 1155 of kort daarna werd ter versterking van de lozingscapaciteit een tweede sluis aangelegd ten oosten van Haastrecht, de Lopiker of Oosterse Hooge Boezemsluis.

Een hoge en een lage boezem met 17 molens

Gelijk het geval was ten noorden van de Hollandsche IJssel, daalden ook de polderbodems ten zuiden van de rivier al gauw zodanig dat er wateroverlast ontstond. De eerste windmolens verschenen in het midden van de 15e eeuw. Maar al snel waren die niet voldoende om de wateroverlast het hoofd te bieden. De Vlistmonding begon bovendien te verzanden en het water in de Hollandsche IJssel steeg. Daarom werd een hoge boezem als bergingsbassin bij Haastrecht ingericht en voor de uitwatering werd nog een derde sluis aangelegd, de Westerse Hooge Boezemsluis. Door de aanleg van de Hooge Boezem werd de Vlist een lage boezem. Er waren op den duur zeven bovenmolens nodig om het water van de lage boezem in de hoge boezem over te slaan. Daarnaast waren er nog eens tien ondermolens nodig om het water vanuit de polder in de Vlist te malen. Zo waren er destijds te Haastrecht 17 molens nodig om de polder droog te houden. Vergelijk dat met de 19 molens te Kinderdijk die nu op de Werelderfgoedlijst staan…

Een hulpstoomgemaal neemt het werk over

En nog waren die zeventien Haastrechtse molens blijkbaar niet genoeg, zodat in 1872  een hulpstoomgemaal met scheprad in gebruik moest worden genomen. Het vermogen van dit Gemaal de Hooge Boezem achter Haastrecht maakte het mogelijk om zowel de Hooge Boezem als de Vlistboezem af te malen. Daardoor raakte het grootste deel van de ondermolens in onbruik. En in 1913 werd ook de hele Hooge Boezem met windbemaling opgeheven en als cultuurgrond in gebruik genomen. Intussen werd het gemaal geheel verbouwd en kreeg het twee centrifugaalpompen die via maalkolken het water door de Oosterse en Westerse Hooge Boezemsluizen uitsloegen. Ook de Vlistboezem werd nu rechtsreeks op de IJssel bemalen. Zo zijn op den duur alle 17 boven- en ondermolens in Haastrecht en langs de Vlist overbodig geworden en derhalve grotendeels afgebroken. Er resteren helaas nog maar twee complete exemplaren plus een schamele molenstomp.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd.