Mr. P.A. Pijnacker Hordijkgemaal (vervolg)

Een enorme machine

Evenals de Julianasluis en de bijbehorende waterwerken was ook het Mr. P.A. Pijnacker Hordijkgemaal een project in het kader van de Werkverschaffing. Zo konden de kosten worden beperkt tot 1 miljoen gulden. Het pand is gebouwd naar een ontwerp van architect B. Buurman (1883-1951) in de stijl van het zakelijk expressionisme. Het gebouw is volgens een rechthoekige plattegrond opgetrokken in twee bouwlagen. Later is op de zuidoostelijke hoek een haaks hierop staande werkplaats van één verdieping met een rechthoekige plattegrond toegevoegd. In de in gewapend beton uitgevoerde onderbouw bevinden zich de zuig-, pers- en vrije lozingskanalen en de pompslakkenhuizen. Hierboven bevindt zich de eveneens in gewapend beton uitgevoerde pompenkelder. De machinehal bestaat aan de ingangszijde (noordzijde) uit twee bouwlagen. Hier bevinden zich de personeelsverblijven c.a. De draagconstructie bestaat uit stalen portalen die rusten op de gewapend betonnen onderbouw. Typerend zijn de smalle hoge raampartijen met  stalen kozijnen. Het Mr. P.A. Pijnacker Hordijkgemaal is een rijksmonument.

Gemaal Pijnacker Hordijk

Technisch was het een meesterlijke machine, door louter mensenhanden vervaardigd, degelijk, robuust en doordacht, zodat hij jaren mee zou kunnen. De installatie bestond uit drie Stork centrifugaalpompen met betonnen slakkenhuizen, elk met een capaciteit van 690 m3/min. bij een maximale opvoerhoogte van 2,00 m. De aandrijving vond plaats, via haakse tandwielkasten, door drie zescilinder Werkspoor dieselmotoren met een vermogen van elk 460 pk. Met z’n drieën konden ze 33 kuub water per seconde wegpompen. Maar in het gebruik was dit gemaal een betrekkelijk arbeidsintensieve aangelegenheid. Er waren vier man in continudienst nodig om met de oliespuit de dieselmotoren gaande te houden. Die motoren moesten óm de vijf jaar gereviseerd worden en daarvoor helemaal uit elkaar gehaald. Daarom was er een werkplaats, ingericht met een smidsvuur, om nieuwe onderdelen te kunnen maken.

Zoute kwel en afvalwater

Het Mr. P.A. Pijnacker Hordijkgemaal voorziet in het drooghouden van Rijnland, samen met de gemalen in Katwijk, Halfweg en Spaarndam. Maar dat is niet de enige functie. Het Hoogheemraadschap Rijnland besloot in 1927 tot het bouwen van dit gemaal, omdat de kwaliteit van het water steeds belangrijker begon te worden. De diepe ontwatering vergrootte de zoute kwel vanuit de ondergrond, waardoor de boezemwateren verziltten. Bovendien werd zowel door de bevolking als door de industrie steeds meer afvalwater geproduceerd. De oplossing werd gevonden in het doorspoelen van de boezem, waarbij nieuw water bij Gouda via het Mr. P.A. Pijnacker Hordijkgemaal werd ingelaten en het boezemwater door de gemalen aan de west- en noordkant van het hoogheemraadschap werd uitgemalen. Door een drietal kokers onder het gemaal is het mogelijk om water in te laten vanuit de Hollandsche IJssel. De capaciteit van deze inlaat bedroeg ca. 2100 m3/min. bij een verval van 0,50 m. In 1953 is deze vrije inlaat uitgebreid met een drietal buiten het gemaalgebouw geplaatste verticale elektrisch aangedreven (inmaal)schroefpompen met een totale capaciteit van circa 1450 m3/min.

Voor Gouda een aparte boezem

Het inlaten van water was echter wel aan beperkingen onderhevig. Een te hoge waterstand in Rijnlands boezem kon overlast veroorzaken in de binnenstad van Gouda. Om die reden werd besloten om van het Goudse deel van Rijnlands boezem een aparte boezem te maken. Hiertoe werd in de jaren 1941 – 1942 ten noorden van de stad de Ir. De Kock van Leeuwensluis aangelegd in de Nieuwe Gouwe, die al gegraven was tussen 1898 en 1903, ter ‘normalisatie’ van een aantal bochten in de Gouwe. De aanleg van de aparte Goudse boezem was bovendien nodig om te voorkomen dat, bijvoorbeeld tijdens oorlogshandelingen, de Goudse grachten zouden leeglopen bij een doorbraak van de kaden langs de Gouwe, met alle andere daaraan verbonden rampzalige gevolgen, zoals het buiten werking geraken van de elek­trische centrale aan de Hoge Gouwe wegens gebrek aan koelwater.

Innovatie

 Tussen 2013 en 2016 is het gemaal onderwerp geweest van een gefaseerd uitgevoerde algehele innovatie. Daarbij is de uitmaalcapaciteit vergroot tot 3 x 800 m3/min. De dieselaandrijvingen zijn vervangen door elektromotoren, waarbij het mogelijk is één pompeenheid zowel elektrisch als met de oorspronkelijke dieselmotor aan te drijven. Bij de innovatie zijn de pompen tevens geschikt gemaakt voor het inmalen van water. De capaciteit hiervan bedraagt 3 x 700 m3/min. De afzonderlijke inmaalpompen zijn verdwenen. Na de innovatie vertegenwoordigt het gemaal wat betreft de aandrijving en de in één pompconcept verenigde mogelijkheid van uitmalen en inmalen een geslaagd voorbeeld van technische vernieuwing, gecombineerd met functioneel behoud van historisch waardevolle mechanische en bouwkundige elementen. Hiermee is het gemaal verlost van de in 1953 noodgedwongen bijgeplaatste en beeldverstorende inmaalpompen en heeft het complex grotendeels het oorspronkelijke beeld van 1935 teruggekregen.

Lees verder over de Julianasluis

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd.