Overige grachten en zijlen

Een motte met een ringgracht

De oudste waterloop binnen Gouda was de benedenloop van de Gouwe, bestaande uit de huidige Binnengouwe, de Onderdoorgang onder de Dubbele Buurt, de gracht langs Achter de Kerk, het oostelijke deel van de ringgracht om de Motte, en het water langs de Spieringstraat. Hier waterde de Gouwe vrij uit op de Hollandsche IJssel. Omstreeks 1150 hebben aan deze benedenloop de heren Van der Goude een hof gesticht met daarop hun verblijven, enkele boerderijen met stallen, schuren en hooibergen, een paardenwed en een boomgaard. Tegen het water en tegen menselijke vijandigheid beschermden ze zich door een steile heuvel, een Motte, met bovenop een verdedigingswerk en rondom een ringgracht. Buiten de ringgracht werden aan de Motte een kapel (de eerste versie van de huidige Sint-Janskerk) en een voorhofstede toegevoegd. Op dit enigszins verhoogde terrein vestigden zich de eerste inwoners van Gouda: boeren, handelaren en ambachtslieden.

Grachten uit  het begin van de stadswording

Deze eerste Gouwenaars ondervonden bijna voortdurend wateroverlast, omdat de bodem daalde als gevolg van de ontginning van het Hollandveen. Om dit tegen te gaan werd in de benedenloop van de Gouwe een dam opgeworpen met een uitwateringssluis, de Donkere Sluis, en een nieuwe afvoer, de Haven, die bedijkt werd omdat hier de getijden van de Hollandsche IJssel nog vrij spel hadden. De Gouwe werd aan het eind van de Spieringstraat van de IJssel afgesloten.  Aan de westzijde van de Haven werd, gespiegeld aan het water langs de Spieringstraat, de gracht langs de Peperstraat gegraven. Het was het begin van de stadswording, omstreeks 1250. Aan de Haven ontstond bedrijvigheid, vooral gericht op het scheepsvaartverkeer dat zich hier ontwikkelde, nadat rond 1220 de Gouwe boven Boskoop was doorgetrokken op de Oude Rijn.

Grachten uit de eerste verstedelijkingsfase

Daarna is Gouda een echte stad geworden. In 1272 kreeg deze nederzetting stadsrechten, corresponderend met die van de stad Leiden die al eerder zo’n formele status had gekregen. En dit begin van Gouda kreeg verder vorm. Na het water langs de Peperstraat volgden de Raam met het Nonnenwater en de grachten langs de Turfmarkt en de Zeugstraat. Dit waren de eerste buitengrachten. Daarbinnen lagen nog enkele minder belangrijke grachtjes, zoals de korte Raam en het water langs Achter de Vismarkt. Daarmee was, omstreeks het jaar 1300, de tweede stadsfase afgerond.

Grachten uit de tweede verstedelijkingsfase

Tussen 1300 en 1350 ontstond de rest van de stad. Aan de andere zijden van de oorspronkelijke buitengrachten langs de Raam, het Nonnenwater, de Turfmarkt, de Zeugstraat en de Spieringstraat groeide een stadsuitleg, met de huidige singels als nieuwe buitengrachten. Binnen dit stelsel werd ook de Nieuwe Haven een belangrijke gracht. De Markt bleef nog een tijdlang braak liggen; aan de noordkant, die Regenboog werd genoemd, lag een restant van een Gouweloop. Het oorspronkelijke stelsel van grachten is inmiddels gedeeltelijk gedempt, maar nog steeds heel goed herkenbaar in het huidige stadsbeeld.

Zijlen

Niet meer zichtbaar zijn de vele kleinere grachten, de zogenaamde zijlen, die in de loop der tijd aan de stadsgrachten zijn toegevoegd en die vrijwel elke straat begeleidden. Die zijlen, vaak niet veel breder dan een meter, hadden een tweeledig doel. Ze droegen bij aan de ontwatering van de binnenstad, die steeds gevoeliger werd voor de bodemdaling en het daardoor relatief stijgende water. En, omdat er in de zijlen een zekere stroming plaats vond, konden ze ook zorgen voor de afvoer van het huishoudelijke afval. In feite waren dit dus open riolen. Het is de combinatie van grachten en zijlen, en de voortdurend hoge waterstand daarin, waardoor Gouda terecht de natste stad van Nederland wordt genoemd.

Lees verder over de Intieme Vaarroute

Lees verder over de gedempte grachten en zijlen

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Verplichte velden zijn gemarkeerd met *