Leespunt 3a: Verlenging vanaf de Julianalsuis (vervolg)

Na het schutten door de Julianasluis varen we door de Voorhaven en gaan we rechtsaf, de Hollandsche IJssel op, richting Moordrecht en Gouderak. We varen op het drukke deel van de rivier. Let dus ook hier op dat grote schepen u niet altijd goed kunnen zien vanwege de grote kijkhoek. En houd zoveel mogelijk rechts-aan voor achteropkomend vaarverkeer.

Kaart volgt

Kaart volgt

Rechts, achter een terrein waar zand en grint wordt overgeslagen, rijst onmiddellijk de Schielands Hoge Zeedijk (73) op. Tot de Watersnoodramp in 1953 stond de Hollandsche IJssel in open verbinding met de zee. Onmiddellijk na de ontginning van het Hollandveen, in de vroege middeleeuwen, begon de bodem in te klinken en moesten er langs de zeearmen kaden worden aangelegd om het achterland tegen overstroming te beschermen. Deze kaden werden in de 13e eeuw in opdracht van de dochter van graaf Floris IV, Aleid van Holland, gravin van Henegouwen, aaneengevoegd en opgehoogd tot een zeedijk. Deze Schielands Hoge Zeedijk strekt zich uit vanaf de Schie bij Schiedam tot de Gouwe bij Gouda. De dijk beschermt een gebied met drie miljoen inwoners tegen overstroming. In zijn bestaan is Schielands Hoge Zeedijk nooit echt doorgebroken. Wel is de dijk in 1574 op zestien plaatsen doorgestoken ten behoeve van Leidens ontzet. Op 1 februari 1953 heeft de dijk het bijna begeven. Tussen Capelle aan den IJssel en Nieuwerkerk aan den IJssel ontstond een doorbraak die ternauwernood kon worden gedicht door een schip in het gat te varen. En bij de Snelle Sluis, waar wij nu heen peddelen, kon nog juist met een dekzeil en zandzakken de bijna doorgebroken dijk worden versterkt.

Dit bewijs dat een essentieel deel van ons land onvoldoende beschermd was tegen het wassende water, leidde tot de bouw, tussen 1954 en 1958, van de Stormvloedkering. Dit is een stuw in de Hollandse IJssel bij Capelle aan den IJssel en Krimpen aan den IJssel. De Stormvloedkering, ook wel Algerakering genoemd, is het oudste kunstwerk van de Deltawerken. De kering heeft twee beweegbare schuiven die tussen betonnen torens hangen. Alleen bij een zeer hoge waterstand worden de schuiven neergelaten, waardoor de rivier volledig is afgesloten. Schepen kunnen dan nog passeren via de Algerasluis, een direct noordwestelijk van de kering gelegen schutsluis die een breedte heeft van 24 meter. De kering in de Hollandse IJssel sluit zo’n vijf tot zes keer per jaar. Om het achterliggende land nóg beter te beschermen is in 1997 de Maeslandkering in de Nieuwe Waterweg in werking gesteld. Maar de Stormvloedkering is er niet overbodig door geworden. De Maeslandkering gaat alleen dicht bij extreem gevaar, de Algerakering is dan al lang dicht. De beide keringen voorkomen niet, dat ook de achterliggende dijken in conditie moeten worden gehouden. Zo is onlangs de Schielands Hoge Zeedijk tussen Moordrecht en Gouda versterkt. Daarbij zijn ook de opritten naar de dijk herzien.

De Hollandsche IJssel is een uitgesproken werkrivier. Links, op de oorspronkelijke zellingen, ligt een bijna onafzienbare reeks van riviergebonden bedrijvigheid. De hierachter gelegen dijk beschermt de Krimpenerwaard. Vroeger lagen hier tientallen steenovens waarin de beroemde gele ijsselsteentjes werden gebakken. De klei daarvoor werd gewonnen uit de zellingen. Later werd de klei ook gebaggerd, zodat meteen de rivier op diepte en breedte werd gehouden.

Kaart volgt

Kaart volgt

We naderen Moordrecht, rechts, en Gouderak, links. Vóór Gouderak ligt de Zellingwijk (74). Hier werden in 1964 93 huizen opgeleverd. Ruim twintig jaar later bleken ze op gifgrond te zijn gebouwd. Eigenlijk vermoedde men dat al eerder, omdat de was aan de lijn zulke merkwaardige kleuren aannam en er af en toe een gat in viel. Het bewijs werd geleverd, toen bij graafwerkzaamheden vaten met giftig bedrijfsafval naar boven kwamen. Deze waren hier door Shell gedumpt in de vijftiger jaren. De huizen moesten worden afgebroken, inclusief enkele beeldbepalende oude dijkwoningen. De zelling werd diep uitgegraven, het gif verwijderd, en het terrein werd opnieuw bebouwd.

Moordrecht en Gouderak zijn schilderachtige dijkdorpen. Het feit dat ze recht tegenover elkaar liggen, draagt daar veel aan bij. De IJsseldijken lopen dwars door de beide dorpen heen. Dat heeft bij de dijkverhogingen, die door de tijd heen plaats vonden, veel problemen gegeven. Vaak zijn de dijkwoningen pas bereikbaar met een trapje vanaf de dijk naar beneden. Tussen de dorpen vaart een pontveer (75). Ook dit draagt bij aan de schilderachtigheid van dit ensemble. Het levert een bijna vertederend schouwspel op. Aan beide kanten liggen korte en hoge veerstoepen. Het veer zelf heeft slechts één oprit. Tijdens de overtocht maakt het pontje een halve slag, zodat aan de overkant de auto’s er achteruit weer af moeten rijden, de steile veerstoep op. Er wordt echter overwogen om dit pontje op te heffen. Na de bouw van de Gouderakse Brug bij de Julianasluis is het veer niet meer rendabel. Maar het wordt in ieder geval nog enkele jaren met gemeentegeld in stand gehouden.

Voorbij Moordrecht passeren we de Watertoren (76), restant van de inmiddels gesloopte Koninklijke Verenigde Tapijtfabrieken. Hier werden tapijten geknoopt, waaronder zeer bijzondere zoals de tapijten voor de Tweede Kamer en voor de Ridderzaal. De Watertoren, in de stijl van de Late Amsterdamse School, is in 1924 gebouwd naar ontwerp van de Waddinxveense architect P.D. Stuurman. Het fabrieksgebouw, in dezelfde bouwstijl, is in 1996 gesloopt. De toren is behalve bij de fabriek ook in gebruik geweest voor drinkwaterlevering aan inwoners van de gemeente Moordrecht en als openbaar badhuis. Sinds kort is in de toren een woning gevestigd. De watertoren is een Rijksmonument, als representatief voorbeeld van industrieel erfgoed uit de periode 1850-1940 in Nederland. Het bouwwerk is in hoge mate van stedebouwkundig belang vanwege de beeldbepalende situering in het silhouet van Moordrecht.

Nog een vijfhonderd meter verderop ligt de Snelle Sluis (77). Deze sluis verbindt de Hollandsche IJssel met de Ringvaart van de Zuidplaspolder. De sluis is gebouwd in 1829, als onderdeel van de droogmaking van de Zuidplas. In die tijd stonden hier 29 windmolens en twee stoomgemalen, die de enorme plas in twee jaar tijd droog legden. De molens zijn nu verdwenen, en de stoomgemalen hebben plaats gemaakt voor het Abraham Kroesgemaal, dat een klein eindje verderop staat. De Snelle Sluis is een tweetrapssluis, namelijk een combinatie van twee sluizen, met een rak van enkele tientallen meters daartussen. De Bovensluis, aan de zijde van de Hollandsche IJssel, is in 1983 volledig gerestaureerd en tegelijk zodanig verbouwd dat het geheel kan functioneren zonder gebruik van de Benedensluis. De Benedensluis zou vervolgens gesloopt kunnen worden. Maar de sloop is tot op heden uitgesteld, en tegen dit voornemen is inmiddels veel weerstand gerezen. Het Hoogheemraadschap van Schieland en de Krimpenerwaard beraadt zich nu op dit voornemen en zal daarover in de loop van 2017 een beslissing nemen.

Met een druk op de knop kunnen we verzoeken om geschut te worden. We varen dan door het complex van de Snelle Sluis en komen in de Ringvaart aan. We kunnen in deze schilderachtige omgeving wat rondkijken, en dan het besluit nemen om weer terug te varen naar Gouda, dan wel een tocht door de Ringvaart te ondernemen, bijvoorbeeld naar de Rottemeren in het westen. Deze verdere verlengingen hebben wij niet gedocumenteerd. Als u besluit om terug te varen, komt u weer aan bij de Julianasluis (Leespunt 3) en vervolgt u de derde etappe van de Korte Sluizenroute per kano.

Einde verlengde Sluizenroute per kano naar Moordrecht