Leespunt 5: Havensluis (vervolg)

Vanaf de Havensluis peddelen we terug tot voorbij de Donkere Sluis (52). Hier slaan we rechtsaf naar de Onderdoorgang (51) onder de gebouwen van de Dubbele Buurt door. Het kettinggordijn dat hiervoor hangt, kunt u gemakkelijk openen. Het licht in de Onderdoorgang gaat automatisch aan. Er zijn vensters in de wanden, zodat de voorbijgaande peddelaar in de aanliggende kelders kan kijken. De Onderdoorgang is een restant van de oude loop van de Gouwe, voordat de Haven gegraven werd.

Kaart volgt

Kaart volgt

Na enkele tientallen meters door de Onderdoorgang komt men uit in het water langs Achter de kerk. Links ligt de St.-Janskerk (59) met z’n befaamde Goudse Glazen. We passeren een onlangs gerestaureerd sluisje (60) dat vroeger dienst deed bij het schuren, net als de sluisjes in het water van Achter de Vismarkt en de Peperstraat. Als het sluisje geopend was, werd ook het hierachter gelegen deel van de grachten geschoond. Dit deel van het grachtenstelsel wordt de Intieme Vaarroute genoemd. Dit water is alleen bevaarbaar met kleine vaartuigen, zoals kano’s en fluisterboten. Het water is smal en de doorgangen onder de bruggen zijn soms laag.

Rechts passeren we het monumentale Lazaruspoortje (61) dat toegang geeft tot de tuin van het Museum Gouda (62). Dit poortje stond oorspronkelijk langs het Nonnenwater en gaf daar toegang tot het Leprooshuis. Toen aan het Nonnenwater de gebouwen van het Gemeentelijke Energie Bedrijf werden opgericht op de restanten van het Leprooshuis, werd het poortje naar hier verplaatst. Juist voorbij de Museumtuin zien we een merkwaardige terpachtige verhoging. Dit is het restant van de Motte (63), een middeleeuwse versterking op een terp, met een ringvormige slotgracht eromheen. Bij deze Motte is Gouda ontstaan. Het restant van de slotgracht is nog deels door ervaren kanoërs bevaarbaar. Door de slotgracht rond de Motte passeren we de Molenwerf (64) en komen we langs het Willem Vroezenhuis (65) in het water langs de Spieringstraat. We passeren de Walebrug (66) in de Lange Noodgodstraat, vervolgens een bruggetje naar een particuliere tuin en dan de Minderbroederbrug (67). In het verlengde van het water langs de Spieringstraat ligt de duiker van de Grote Volmolen (64). Dit was een van de twee unieke getijdenmolens in Gouda, waarvan de schepraderen werden aangedreven door de vloed op de Hollandsche IJssel. De andere (zogenaamde Kleine) volmolen stond aan de Veerstal. Met de beide molens werd wollen stof ‘gevold’, dat wil zeggen vervilt tot laken waarvan de kleding voor de welgestelden werd gemaakt. Het gebouw van de Grote Volmolen bestaat nog, maar het scheprad is al lange tijd verdwenen.

We slaan vóór de volmolenduiker linksaf, naar het water langs de Vijverstraat. We passeren de Vijverstraatbrug (69) en meren af bij de Tuinstraat, waar de gracht eindigt. Wij zijn aangekomen aan de rand van het Houtmansplantsoen. Hieronder liggen de funderingsresten van het Kasteel van Gouda. In de middeleeuwen was dit het machtscentrum van waaruit het gebied aan de monding van de Haven werd gecontroleerd. Het kasteel is befaamd geworden door Jacoba van Beieren, gravin van Holland. Er bestaan geruchten over onderaardse gangen die vanuit het kasteel naar de overzijde van de Hollandsche IJssel zouden lopen, en gedeeltelijk ook onder het Houtmansplantsoen zouden liggen. Maar die gangen zijn nooit gevonden. De sloop van het kasteel is begonnen in het vierde kwart van de zestiende eeuw en heeft meer dan twee eeuwen geduurd.

Het Houtmansplantsoen is genoemd naar de gebroeders Cornelis en Frederik de Houtman, twee onverschrokken Gouwenaars die in 1595 met hun vier schepen de Eerste Schipvaart der Nederlanders naar Oost-Indië leidden. Het park is in 1901 aangelegd op de plaats waar tot circa 1830 de stadswallen lagen. Hier moeten we een eindje door het park ‘klunen’ naar het opstappunt in het water van de Fluwelensingel.

De Fluwelensingel stond vroeger in open verbinding met de Hollandsche IJssel, via een sluisje, de Mallesluis, waarmee vanuit de rivier het kasteel kon worden bereikt. In het midden van de negentiende eeuw werd deze sluis vervangen door een duikersluis ten behoeve van het in 1856 gebouwde Hanepraaigemaal, een groot stoomgemaal dat Rijnlands boezem bemaalde, en ook wel de ‘Watermachine’ werd genoemd. Dit Hanepraaigemaal had een zodanige capaciteit, dat het water langs de singels moest worden verbreed en de bruggen moesten worden vervangen. Toen in 1936 het Mr. P.A. Pijnacker Hordijkgemaal werd gebouwd, raakten het stoomgemaal en de Hanepraaisluis buiten gebruik. Het stoomgemaal werd afgebroken, en de duikersluis werd vernieuwd. Aangezien de singelgrachten nu geen functie meer hadden voor de doorstroming van het water, konden deze weer worden versmald, zodat er extra ruimte ontstond voor het toenemende autoverkeer. Op de fundering van het oude stoomgemaal is de Hanepraaibrug (70) aangelegd, die men op weg naar het opstappunt aan de Fluwelensingel links ziet liggen. In 1987 werd hier een nieuw gemaal gebouwd. Het huidige gemaal is elektrisch en bemaalt alleen de Goudse boezem.

Vanaf ons opstappunt passeren we de Doelenbrug (71). In 1929 werd de uit 1855 daterende houten kippenbrug tegenover de Doelenstraat vervangen door een volwaardige stenen brug. Aangezien er geen bevaarbare verbinding was met de Hollandsche IJssel, was het niet nodig om onder deze brug veel ruimte te laten. De nieuwe Doelenbrug is een architectonische verrijking geworden. De brug wordt gesierd met een aantal gietijzeren ballen (waarom dit ook wel de Ballenbrug wordt genoemd) en met sierlijke opengewerkte torentjes op de vier hoekpunten, die oorspronkelijk zouden dienen als armatuur voor de verlichting. Maar er was na de Tweede Wereldoorlog weinig aandacht voor een dergelijke finesse. Algauw kregen de torentjes een nuttiger functie, namelijk voor het ophangen van verkeersborden.

De uit 1880 daterende Tiendewegbrug (72) werd in 2013 vervangen door een vaste verkeersbrug met een apart gedeelte voor voetgangers. Voorbij de Tiendewegbrug slaan we rechtsaf en varen onder de Blekersbrug (7) door. Dan vervolgen we onze weg via de Karnemelksloot en de Breevaart en komen weer aan bij het opstappunt van de Kanovereniging De Goudse Peddel.

Einde Korte Sluizenroute per kano